Remkabel
Bij een v-rem
wordt een kabel gebruikt, die bestaat uit een
binnenkabel en een buitenkabel.
De buitenkabel
wordt in het vaste deel van de remhendel bevestigd en op
het ankerpunt van de remblokken.
De binnenkabel heeft een nippel aan beide uiteinden. De
nippel bij de remhendel wordt aan het beweeglijke deel
van de remhendel bevestigd. Idem dito bij de rem.
Het stelhuls zit
aan de remhendel, hiermee kan de kabelspanning dus
ingesteld worden zoals hierboven staat beschreven.
Site pull
remmen(racefiets).
Stel de
kabelspanning zo af dat de rem direct reageert bij het inknijpen van de
remgreep. De rem moet vol ingrijpen als de remgreep ongeveer op de helft
ingeknepen wordt.
De remblokken moeten
zo vlak mogelijk op de velgrand aangrijpen. Let op dat de band niet de
remblokken raakt, draai het wiel rond. Let op dat ook de remblokken niet
onder de velgrand uit komen.
Tip, bij piepende
velgremmen: stel de remblokken zo af dat de voorkant van de remblokken
de velgrand iets eerder raken, 1-2 mm verschil met de achterkant van de
remblokken.

rem openzetten/kantelen
Rem centreren.
Controleer eerst of
het wiel goed in de vork vastzit en de velg in het midden van de vork
staat.
Draai de bout of
moer waar de rem mee aan het frame vast zit losser, totdat je de hele
rem kunt bewegen. Knijp de remgreep in tot de remblokken strak op de
velg staan en draai nu de bout/moer weer vast en houd hierbij de
remgreep ingeknepen.
Ook kun je vaak de
rem centreren met een platte sleutel op de as van de rem, indien
mogelijk. Draai deze minimal en de hele remhoef draait mee.

Kabel vervangen bij de remgreep.
V-brake/cantileverrem.
Stel de
kabelspanning zo af dat de rem direct reageert bij het inknijpen van de
remgreep. De rem moet vol ingrijpen als de remgreep ongeveer op de helft
ingeknepen wordt.
De remblokken moeten
zo vlak mogelijk op de velgrand aangrijpen. Let op dat de band niet de
remblokken raakt, draai het wiel rond. Let op dat ook de remblokken niet
onder de velgrand uit komen.

Kabel vervangen bij
de remgreep.
Kleine
stelschroefjes aan beide kanten van de rem, indraaien en de remveer van
deze kant wordt strakker geplaatst en vice versa. Ook kun je vaak de
remveer uiteindes verplaatsen in de vork of het frame, een gaatje hoger
verplaatsen en de veerspanning neemt toe en vice versa.
Draai
hierbij de bout waar de rem op draait ver
genoeg los. Laat de rem zo ver naar buiten
kantelen dat de veer spanning volledig van de rem af is. Soms moet je
hiervoor het remblok demonteren of een kwart slag draaien.
Trek de rem nu iets
van de aansluiting nok af en verplaats de veer hoger voor een grotere
veerspanning. Draai de imbusbout nu weer vast en monteer de remblok weer
op de juiste plaats. Stel nu de rem weer af met de
stelschroefjes.
Schijfrem.

Er zijn diverse
soorten schijfrem systemen, die vaak verschillend functioneren en andere
afstel mogelijkheden hebben.
Een schijfrem met nieuwe remblokken of een nieuwe schijf moet meestal
eerst een aantal maal goed ingeremd worden voor een optimale werking.
Voor alle systemen
geldt: voorkom vuil en corrosie Alle draaipunten moeten soepel werken.
Zorg ervoor dat er geen olie op de remblokken komt. Dit is de vaak de
oorzaak van piepende en slecht functionerende remmen. De remblokken
dienen dan vervangen te worden.
Remklauw centreren.
Draai de bouten van
de aansluiting van de remklauw losser, totdat je de hele remklauw kunt
bewegen. Knijp de remgreep in tot de remblokken strak op de remschijf
staan en draai nu de bouten weer vast en houd hierbij de remgreep
ingeknepen. Kijk tussen de remblokken om te zien of de schijf vrij
loopt. Gebruik eventueel space/vulringen om de
remklauw naar links of rechts te verplaatsen.
Bij piepende
schijfremmen
Remblokken
vervangen, kopervet achter de remblokken in de remklauw smeren.
bevestigingspunten van de remklauw vlakken. En de schijf
ontvetten.
|